default_mobilelogo

AD: Chessity

adver chessity

Behaalde Chessity diploma's

Chessity-diploma's seizoen 2020-2021
Aantal
pion 0
paard 0
loper 0
toren 0
dame 0
koning 0
pion-2 0
paard-2 0
Totaal 0
   
Seizoen 2019 - 2020  30
Seizoen 2018 - 2019  70
Seizoen 2017 - 2018   99
Totaal over alle seizoenen 199

De afgelopen jaren heb ik de nodige presentaties gegeven over schaken op school. Ik weet nog heel goed de eerste keer dat ik dat deed en de verrassende blikken zag op de gezichten van de toehoorders bij het horen van mijn verhaal. Wat voor mij zo vanzelfsprekend leek, bleek dat voor veel andere niet te zijn. De visie die ik daar presenteerde is echter precies datgene waar de Schaak maar raak! Acedemy voor staat en waar ik absoluut in geloof. Die visie wil ik hier graag met iedereen delen.

Ik zal geen betoog houden over het nut van schaakonderwijs want dat hebben veel andere al gedaan. Los van de waarde en correctheid van al de onderzoeken die hierover zijn gedaan is er in 2012 al een verklaring van het Europees Parlement geweest waarin de lidstaten worden opgeroepen om de invoering van schaken in het onderwijssysteem aan te moedigen. In veel landen is schaakonderwijs dan ook al opgenomen in het reguliere onderwijsaanbod van basisscholen. In Nederland zijn we zo ver nog niet. Op de PABO's wordt geen aandacht besteedt aan schaakonderwijs en wordt aankomende leerkrachten ook niet geleerd hoe ze schaakonderwijs kunnen verzorgen.

Hoe moet een school dan te werk gaan als het toch schaakonderwijs wil gaan aanbieden? De school kan bijvoorbeeld informeren bij een plaatselijke schaakclub of er iemand is die de kinderen wil leren schaken, de school kan contact zoeken met de schaakbond of een enthousiaste ouder benaderen. Bovendien zijn er soms ook leerkrachten die zelf kunnen schaken. Daarnaast moet de school kiezen of het schaken onder de reguliere schooltijd gaat aanbieden, voor een hele groep of slechts voor bepaalde leerlingen, of dat het schaken als een buitenschoolse activiteit gaan aanbieden. De school moet dus kiezen voor "wie?" en "wanneer?". Dit is ook hoe het vaak gaat en dan is het resultaat dat bijvoorbeeld een enthousiast lid van een locale schaakclub de schaaklessen verzorgt. 

Op het eerste oog is er niets mis met deze gang van zaken en het kan ook goed uitpakken, maar toch wordt er naar mijn mening hiermee voorbij gegaan aan een aantal aspecten die bepalend zijn voor de kwaliteit en continuïteit van het aangeboden schaakonderwijs.

De eerste vraag die een school zich zou moeten stellen is: "Wat is ons doel met het aanbieden van schaakonderwijs?". Het antwoord op deze ogenschijnlijk zo eenvoudige vraag is bepalend voor de juiste aanpak van het schaken op school. Ik vraag dan ook altijd als ik in gesprek ga met een school of het leren schaken het doel is of dat schaken vooral een middel is. Het doel van het aanbieden van schaken op school kan puur gericht zijn op het het schaken zelf, bijvoorbeeld omdat de school mee wil doen bij de jaarlijkse schoolschaakwedstrijden, maar het kan ook zijn dat de school schaken als middel wil gebruiken om de leerlingen spelenderwijs diverse vaardigheden (zoals onder andere beschreven in de verklaring van het Europees Parlement) bij te brengen.

De tweede vraag is of het schaken onder schooltijd zal plaatsvinden en daaraan verbonden de vraag of het voor een hele groep (of groepen) is of slechts voor degene met belangstelling voor het schaken. Als een hele groep schaakonderwijs zal krijgen, zal dit betekenen dat er meer en minder gemotiveerde leerlingen zullen deelnemen. Bij het schaken buiten schooltijd, het is dan niet verplicht, zullen in de regel vooral gemotiveerde leerlingen deelnemen.

Met de antwoorden op de bovenstaande vragen in gedachte gaan we nu kijken naar de invulling.

Om les te geven moet degene die de les verzorgt beschikken over vakkennis en over didactische kwaliteiten. Het zijn vooral de didactische vaardigheden waarmee de leerkracht zich onderscheid van een willekeurig ander met kennis van een bepaald onderwerp dat op scholen wordt aangeboden. Die didactische vaardigheden spelen ook een belangrijke rol bij het motiveren van leerlingen. Ik denk dat het klopt als ik stel dat er een groter beroep op didactische kwaliteiten wordt gedaan als een groter deel van de groep minder of niet gemotiveerd is (diagram linksonder). Bij de vakkennis is het zo dat er minder een beroep op de vakkennis wordt gedaan als de  leerstof van een laag nivo is en belangrijker wordt naarmate de leerstof complexer wordt (diagram rechtsonder).

 

Als ik dit vertaal naar het leren schaken dan is voor een hele groep tijdens schooltijd de eigen leerkracht meestal meer geschikt dan bijvoorbeeld een enthousiast lid van een locale schaakclub. Het nivo is meestal nog dat van beginners en de motivatie zal heel diverse zijn. Als schaken een naschoolse activiteit is, dan kan ook een ander dan de eigen leerkracht dit verzorgen omdat er in de regel alleen gemotiveerde leerlingen op af zullen komen. De twee diagrammen tesamen laten zien dat de eigen leerkracht bij uitstek geschikt is als de groep ook laag of niet gemotiveerde leerlingen bevat en/of als het schaaknivo nog laag is, terwijl een extern iemand meer geschikt is voor een gemotiveerde groep leerlingen en een hoger schaaknivo.

Ik besef dat het beeld dat ik schets haaks staat op hoe het er nu vaak in de dagelijkse praktijk aan toe gaat. Zowel de schaakbond, locale schaakclubs en zelfstandig opererende schaaktrainers benaderen scholen met prachtige verhalen over hoe zij het schaken op school kunnen verzorgen. De primaire doelstelling van schaakbond, schaakclub en schaaktrainer is echter het leren schaken, terwijl de school als primaire doelstelling gekozen kan hebben om schaken slechts te gebruiken als middel om leerlingen diverse vaardigheden (verder) te laten ontwikkelen. Daarom is dus het antwoord op de vraag of leren schaken een doel of een middel is, zoals ik aan het begin al aangaf, zo belangrijk. De schaakbond noemt in zijn statuten ook niet het schaakspel, maar geeft slechts aan "3.1 De KNSB stelt zich ten doel de beoefening van de schaaksport in Nederland te stimuleren, in stand te houden en uit te breiden.". Een schaakclub heeft als doel om anderen te enthousiasmeren en zo mogelijk meer leden te krijgen. Hier is in beide gevallen niets mis mee, maar het is niet altijd hetzelfde streven als een school voor zijn leerlingen heeft als het schaakonderwijs wil aanbieden.

De titel "schaaktrainer" mag vrij door iedereen worden gebruikt en zegt weinig tot niets over zowel de vakkennis als de didactische kwaliteiten van iemand. Zo heeft bijvoorbeeld de schaakbond een opleiding "Schaaktrainer 1", die slechts vijf avonden van drie uur omvat en waarbij de deelnemers (vanaf 14 jaar) slechts één goede proefles hoeven te geven. Een goede opstap voor degene die op de eigen schaakclub willen helpen en/of hun kennis willen delen, maar naar mijn mening toch zeker geen voldoende basis om aan een volledige groep in het basisonderwijs zelfstandig schaakles te geven. Zij kunnen eventueel wel een naschoolse schaakactiviteit verzorgen of eventueel een leerkracht ondersteunen.

Uiteraard zijn er altijd de uitzondering en zijn er wel degelijk schaaktrainers met voldoende didiactische bagage en ervaring naast hun schaakkennis. De titel "schaaktrainer" geeft hier echter geen waarborg voor. Het voornaamste nadeel van het afhankelijk worden van derden bij schaakonderwijs op school is dat er geen waarborg voor continuïteit is. De enthousiaste ouder kan stoppen als zijn/haar kind van school gaat, de enthousiaste schaker van de schaakclub gaat elders studeren en moet stoppen etc.

Als de school zowel kwalitatief goed schaakonderwijs wil bieden als de continuïteit gewaarborgt wil hebben, dan zal het zelf het schaakonderwijs moeten verzorgen. Hierbij kan uiteraard wel gebruik worden gemaakt van kennis en ervaring van derden, met name in de opstartfase. Dit is dan ook de rol die ik gekozen heb voor de Schaak maar raak! Academy, het helpen en begeleiden van scholen bij het opzetten en uitvoeren van schaakonderwijs op hun school. Tevens kan er ook een beroep op de Schaak maar raak! Academy worden gedaan voor het verzorgen van schaaklessen en -trainingen als buitenschoolse activiteit.

Ik hoop dat mijn hier beschreven visie zal helpen bij het opzetten van schaakonderwijs op veel scholen. Uiteraard besef ik dat het bovenstaande verhaal een logische vraag oproept, met name bij leerkrachten die zelf niet kunnen schaken, namelijk: "Hoe biedt ik mijn leerlingen schaakonderwijs aan als ik zelf niet kan schaken?". Het antwoord op deze vraag is te lezen in het artikel 2. Schaken onder schooltijd.