default_mobilelogo

Een schaakverhaal over een koning, een generaal en rondvliegende kogels.

 

Lang geleden, in 1713, speelde de Zweedse koning Charles XII een schaakpartij tegen zijn generaal Grothauzern. Ze speelden deze partij terwijl ze wachten op nieuws over de strijd van hun leger tegen de Turken. Het strijdtoneel was niet ver weg, maar beide speelden een spannende partij waarin uiteindelijk de stelling van DIAGRAM 1 ontstond. Wit, de koning, was aan zet.

De koning keek eens goed naar de stelling en zei toen ..... "mat in drie zetten!".

 

Maar nog voor de koning zijn eerste zet kon doen raakt een Turkse kogel het witte paard en gooit het van het bord. Geschrokken kijken de beide mannen verbaasd naar wat er zojuist gebeurde. De stelling op het bord is nu zoals in DIAGRAM 2 is te zien en de koning roept uit, "nu is het mat in vier zetten!".

 

Maar wederom net op het moment dat de koning de eerste zet wil doen vliegt er weer een kogel over het bord en deze keer wordt de witte h-pion van het bord geslagen. Alsof de koning het al had zien aankomen zei hij toen hij de stelling van DIAGRAM 3 zag, "en nu is het mat in vijf zetten!".

 

De generaal begon een beetje boos te worden en zei dat de koning gewoon geluk had gehad dat de eerste kogel het paard raakte en niet de toren. De koning moest lachen en zei tegen de generaal nadat hij de stelling zoals in DIAGRAM 4 is te zien had opgezet, "dan had ik je in 6 zetten mat gezet!".

De koning had in ieder geval de veldslag op het schaakbord gewonnen.

logo