Schaakpraat

Schaken met je ogen!?

Als ik je zou vragen, 'Wat voor sport is schaken?', dan is het meest waarschijnlijke antwoord dat het een denksport is. Natuurlijk denken schaakspelers goed na. Toch is naar mijn mening, en niet alleen van mij, 'kijken', of beter gezegd 'zien' net zo of nog belangrijker.

Voor ik hier iets meer over zal vertellen wil ik eerst iets vertellen over leren lezen. Als kinderen leren lezen, leren ze eerst de letters. Maar al rap gaan ze woordjes leren en later lezen ze geen letters meer, maar alleen nog woorden en soms zelfs hele zinsdelen. Een beetje geoefende lezer hoeft net iets meer dan de helft van de letters van een woord te zien om te weten wat er staat. Met een mooi woord noemen we dat 'redundantie', het vermogen om het geheel te weten terwijl we slechts een deel zien. We herkennen personen op een foto als we slechts een deel van ze zien en we herkennen een verkeersbord terwijl we slechts een deel ervan zien. Allemaal voorbeelden van 'redundantie'. Wat heeft dit nu met schaken te maken, vraagt u zich misschien af. Het antwoord is heel simpel ...... het heeft er alles mee te maken.

Bij schaken leren we eerst hoe de afzonderlijke figuren mogen bewegen over het bord. Dit is te vergelijken met het leren van letters. Dan volgt een periode waarin we spelen met de afzonderlijke stukken, we kijken of we kunnen slaan of aangevallen worden. Dit is te vergelijken met het lezen van letters.

De volgende stap is het 'zien' van patronen en groepjes stukken met een samenhang. Eigenlijk net als bij het leren lezen het herkennen van woorden en zinsdelen. Het is een vaardigheid die we bij het schaken uitstekend spelenderwijs kunnen oefenen en waar we op vele andere momenten in ons leven plezier van kunnen hebben. Het herkennen van de wezenlijk belangrijke delen in een groter geheel en onze aandacht dus ook volledig kunnen geven aan datgene dat het belangrijkste is.

Natuurlijk komt er na het herkennen van de belangrijke groepen stukken en velden op het bord nog echt wel het nodige denkwerk om de hoek kijken, maar zelfs dat gaat beter en efficiënter als onze aandacht gericht is op dat deel waar het ook echt om gaat.

Schaken is dus vooral eerst "zien", vervolgens "nadenken" en dan ...... de beste zet!

Maar wat nu als je er met je denkwerk niet uitkomt wat de beste zet is? Recentelijk las ik een aardige gedachte waar ik wel in mee kan gaan. Iemand schreef dat als je er met je denkwerk niet uitkomt om de beste volgende zet te vinden, je altijd op je intuïtie af moet gaan. Dit is veelal de eerste zet die bij je opkwam. Door het spelen van vele schaakpartijen, lezen van schaakboeken, oefenen en nog meer oefenen krijg je een steeds beter gevoel voor stellingen op het bord. Onderschat de waarde van je intuïtie niet.

Al met al leert schaken ons zo ook hoe we in het dagelijks leven situaties, waarin we moeten handelen en een keuze hebben, kunnen benaderen. We kijken, om te zien wat belangrijk is en wat minder essentieel is, vervolgens denken we na wat we het beste kunnen doen. Als we er niet uitkomen, maar handelen toch vereist is, gaan we af op ons gevoel .... onze intuïtie.

Hoe meer ik over het schaakspel nadenk hoe meer ik ervan overtuigd ben dat het een belangrijk hulpmiddel kan zijn om vaardigheden voor ons dagelijkse leven te oefenen. Alleen al daarom hoort schaken wel degelijk thuis op een basisschool en gelukkig zien steeds meer landen en scholen dit.

chessqueens