Schaakpraat

De "Oeps-kaart"

Een van de spelregels bij wedstrijdschaken is "aanraken is zetten". Dit wil zeggen dat als je een stuk aanraakt je hiermee ook een zet moet doen. Maar ook dat als je een stuk van de ander aanraakt en je kunt dit slaan, je dat stuk moet slaan. Het is echt een regel voor de schaaksport. Als je gewoon gezellig met iemand een partijtje schaakt en de ander doet een hele slechte zet of raakt per ongeluk al een stuk aan en ziet dan dat het een grote fout is, dan mag je natuurlijk best je tegenstander de gelegenheid geven een andere zet te doen. Als kinderen partijtjes gaan schaken is de regel "aanraken is zetten" soms wel handig, want het voorkomt een hoop onduidelijkheid en onenigheid.

Maar in mijn ervaring is het juist voor kinderen erg moeilijk om, als ze net schaken, pas een stuk aan te raken als ze zeker weten dat ze hiermee en zet gaan doen. Ook is het vooral in het begin erg moeilijk om alles op een schaakbord te zien en wordt er nog wel eens een "vergissing" gemaakt. Het is natuurlijk erg jammer als iemand in een schaakpartij al na een paar zetten kansloos is door het per ongeluk aanraken van het verkeerde stuk of het over het hoofd zien van een aangevallen stuk.

OEPS kaartIk heb getracht hier iets op te bedenken zodat de schaakpartijen met name voor beginnende jeugdige schakers en schaaksters ook langer spannend blijven en ze kunnen wennen aan het "aanraken is zetten". Mijn oplossing bestaat uit een kaart, de zogenaamde "Oeps-kaart".  De "Oeps-kaart" kan ingezet worden als een stuk aangeraakt wordt en de speler/speelster ziet dat het een foute keus is. De kaart kan alleen worden ingezet zo lang je aan zet bent. Heeft de speler/speelster een zet gedaan en de knop van de klok ingedrukt, dan kan de kaart niet meer worden ingezet want dan is de beurt aan de ander om te zetten. Maar raak je een stuk aan en zie je dat het de verkeerde is, of raak je een stuk van de tegenstander aan en ziet dat slaan een slecht plan is, dan kun je de kaart inzetten en mag je een andere zet doen.

Het is aan de trainer, wedstrijdleider, begeleider of de spelers zelf om vooraf te bepalen hoeveel kaarten ieder krijgt. Zo kun je er ieder 3 per partij krijgen, of slechts 1 per partij, maar je kunt ook een bepaald aantal afspreken voor de gehele competitie.

 

chessqueens